In het kort
- Passend werk is een belangrijk begrip binnen de Wet verbetering poortwachter.
- Vanaf de probleemanalyse wordt gekeken welke werkzaamheden mogelijk zijn.
- Passend werk kan bestaan uit de eigen functie, aangepast werk, een andere functie of werk bij een andere werkgever.
- De mogelijkheden veranderen tijdens het herstel en worden regelmatig opnieuw beoordeeld.
- Het uiteindelijke doel is een duurzame terugkeer naar passend werk.
Wat is passend werk?
Passend werk is werk dat, gelet op de gezondheid, belastbaarheid, opleiding, werkervaring, kennis en vaardigheden van de werknemer, in redelijkheid kan worden uitgevoerd. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar wat iemand vóór de ziekmelding deed, maar vooral naar wat op dat moment verantwoord en haalbaar is.
Passend werk hoeft daarom niet altijd de eigen functie te zijn. Soms zijn tijdelijke aanpassingen voldoende, zoals andere werkzaamheden, aangepaste werktijden of een aangepaste werkplek. In andere situaties blijkt een andere functie binnen de organisatie beter aan te sluiten bij de mogelijkheden van de werknemer.
Wanneer ook dat niet mogelijk is, wordt gekeken naar passend werk bij een andere werkgever.
Waarom is passend werk zo belangrijk?
De Wet verbetering poortwachter verplicht werkgever en werknemer om actief samen te werken aan re-integratie. Daarbij speelt passend werk een centrale rol.
Door tijdig te onderzoeken welke werkzaamheden nog mogelijk zijn, blijft een werknemer betrokken bij het arbeidsproces en wordt langdurige uitval zoveel mogelijk voorkomen. Daarnaast beoordeelt het UWV bij de RIV-toets of werkgever en werknemer voldoende hebben gedaan om passend werk mogelijk te maken.
Het zoeken naar passend werk is daarom geen vrijblijvende keuze, maar een belangrijk onderdeel van een zorgvuldig re-integratietraject.
Wanneer wordt gekeken naar passend werk?
Veel mensen denken dat passend werk pas aan de orde komt wanneer een Spoor 2-traject wordt gestart. In werkelijkheid begint dit proces veel eerder.
Vanaf week 6, wanneer de bedrijfsarts de probleemanalyse opstelt, onderzoeken werkgever en werknemer samen welke werkzaamheden nog mogelijk zijn. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de eigen functie, maar ook naar werkalternatieven binnen de organisatie.
Deze eerste werkalternatieven zijn vaak tijdelijk. Ze helpen de werknemer om actief te blijven, belastbaarheid op te bouwen en stap voor stap toe te werken naar een duurzame terugkeer naar werk.
Van werkalternatieven naar duurzaam passend werk
Tijdens het herstel kunnen de mogelijkheden van een werknemer veranderen. Daarom is passend werk geen vast gegeven.
In de eerste fase van de re-integratie kan passend werk bestaan uit aangepaste werkzaamheden, minder uren of een tijdelijke functie. Naarmate het herstel vordert, kunnen deze werkzaamheden worden uitgebreid of aangepast.
Soms blijkt dat een werknemer nog niet direct klaar is voor een reguliere functie, maar wel stappen kan zetten richting werk. In dat geval kan een werkervaringsplaats een waardevolle tussenstap zijn. Een werkervaringsplaats biedt de mogelijkheid om arbeidsritme op te bouwen, belastbaarheid in de praktijk te vergroten, nieuwe vaardigheden te ontwikkelen en te onderzoeken welk werk écht passend is. Het doel is niet de werkervaringsplaats zelf, maar een duurzame terugkeer naar betaald werk.
Het uiteindelijke doel is altijd duurzaam passend werk: werk dat niet alleen aansluit bij de belastbaarheid van de werknemer, maar ook op de langere termijn verantwoord en vol te houden is. Dat kan zijn binnen de eigen organisatie (Spoor 1) of, wanneer dat niet mogelijk blijkt, bij een andere werkgever (Spoor 2).
Wie bepaalt wat passend werk is?
Het bepalen van passend werk is een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
De bedrijfsarts beoordeelt de medische belastbaarheid van de werknemer en legt deze vast in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) of een inzetbaarheidsprofiel.
De werkgever onderzoekt vervolgens welke werkzaamheden binnen de organisatie passend kunnen zijn.
Van de werknemer wordt verwacht dat hij of zij actief meewerkt aan de re-integratie en openstaat voor passende werkzaamheden.
Twijfelen werkgever en werknemer over de mogelijkheden? Dan kan een arbeidsdeskundig onderzoek helpen om objectief inzicht te geven in de belastbaarheid, de functie en de mogelijkheden voor passend werk.
Wat als werkgever en werknemer het niet eens zijn?
Soms verschillen werkgever en werknemer van mening over wat passend werk is. Bijvoorbeeld omdat de werknemer twijfelt of bepaalde werkzaamheden medisch verantwoord zijn of omdat de werkgever onvoldoende mogelijkheden ziet binnen de organisatie.
In zulke situaties is het belangrijk om tijdig met elkaar in gesprek te gaan. Wanneer dat onvoldoende duidelijkheid geeft, kan een arbeidsdeskundig onderzoek, een deskundigenoordeel van het UWV of mediation helpen om het re-integratieproces weer op gang te brengen.
Hoe kan People in Place ondersteunen?
Het vinden van passend werk vraagt om meer dan het vergelijken van functies. Het vraagt om inzicht in de mogelijkheden van de werknemer én de mogelijkheden binnen of buiten de organisatie.
People in Place ondersteunt werkgevers en werknemers met arbeidsdeskundige onderzoeken, persoonlijke coaching in Spoor 1 en een complete trajecten Spoor 2.
Door vroegtijdig inzicht te geven in de mogelijkheden, helpen wij om de juiste keuzes te maken en te werken aan duurzaam passend werk.
Disclaimer
De informatie op deze pagina is met zorg samengesteld op basis van actuele kennis en online onderzoek naar richtlijnen en wet- en regelgeving rondom re-integratie. Toch kan wetgeving veranderen of kunnen individuele situaties afwijken. Daarom raden we je aan om altijd na te gaan of de informatie van toepassing is op jouw specifieke situatie. People in Place is niet aansprakelijk voor eventuele gevolgen van het gebruik van deze informatie zonder aanvullend professioneel advies. Heb je vragen of wil je zeker weten wat dit betekent voor jouw organisatie of situatie? Neem dan gerust contact met ons op. We denken graag met je mee.